Geografie

Thema’s > Geografie

Oostenrijk wordt omgeven door acht landen: Duitsland in het noordwesten, Zwitserland en Liechtenstein in het westen, Italië en Slovenië in het zuiden, Hongarije in het oosten, Slowakije in het noordoosten en Tsjechië in het noorden. Oostenrijk is ongeveer twee keer zo groot als Nederland.

De landsgrenzen zijn in totaal: 2.562 km:

  • Duitsland: 784 km
  • Italië: 430 km
  • Hongarije: 366 km
  • Tsjechië: 362 km
  • Slovenië: 330 km
  • Zwitserland: 164 km
  • Slowakije: 91 km
  • Liechtenstein: 35 km
  • Oostenrijk heeft geen kustlijn.

Een kwart van de oppervlakte van Oostenrijk behoort tot laag- en heuvelland. De rest behoort tot het middel- en hooggebergte.

De hoogste toppen bereiken een hoogte van bijna 4000 meter. De hoogste berg is de Grossglockner, bijna 3800 meter. Een groot deel van het land wordt ingenomen door de Oost-Alpen. Naar het oosten daalt het gebergte af naar het heuvelland van het Wienerwald en naar de laagvlakte. Het Alpenvoorland loopt van de noordrand van de Alpen tot bij de hoofdstad Wenen. Het is een gebied met heuvelruggen, bossen, weiden en brede dalen. Oost-Oostenrijk bestaat uit vlakten en heuvelland.

De grootste rivieren zijn de Donau en de Inn. De Donau doorkruist het land van west naar oost over een lengte van 350 kilometer. Het grootste meer is de Neusiedlersee op de grens met  Hongarije. Het hoogste punt is de Großglockner in Kärnten 3.797 m. en het laagste punt de Neusiedlersee 115 m.

Bijna de helft (46 procent) van het land is bedekt met bossen. Hiermee is het een van dichtstbeboste landen van Europa.

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *